De mobilisatie en de tweede wereldoorlog traden in op een ogenblik van de WSV alle troeven in handen had om met een gerust gemoed de toekomst in te gaan. De club beschikte over een degelijk op elkaar ingespeeld elftal; ook de supporters brachten de ideale atmosfeer om bergen te verzetten. Maar die bergen daagden niet op want de oorlogsomstandigheden zorgden ervoor dat van de voorheen goed georganiseerde kampioenschappen herleidt werden tot een noodcompetitie met onthoofde elftallen.
Bij het hernemen van een regelmatig kampioenschap in 1946 kende de WSV opnieuw moeilijkheden. Het elftal was samengesteld uit beloftevolle jonge spelers met geen of weinig ervaring en bovendien werd de club ingedeeld in een reeks van 18 ploegen waarvan de 6 laatste moesten dalen, mede door het herleiden van de reeksen tot 16 ploegen.
Het was te danken aan het heroptreden van enkele oudere spelers, waaronder Jef Van De Walle, dat het elftal er slechts op de laatste speeldag in lukte zich veilig te stellen.
Alles viel nadien terug in de goede plooi en was de WSV terug te vinden in de bovenste helft van de rangschikking; het werd een periode van hoogconjunctuur zowel wat de resultaten als wat de publieke belangstelling betreft. |